Antwerpen, 19 mei 2008
Aan de leden van de Nederlandse Tweede Kamer
Geachte dames en heren,
Binnenkort zult U zich moeten uitspreken over het voorstel van Minister Klink van Volksgezondheid om het bezit en de verkoop van hallucinogene paddenstoelen (de zgn. paddo’s) in Nederland te verbieden.
Als Europees platform van niet-gouvernementele organisaties die ijveren voor een rechtvaardig en effectief drugbeleid willen wij U dringend verzoeken tegen dit voorstel te stemmen.
Een verbod op paddo’s kan grote nadelige consequenties hebben voor de volksgezondheid van Nederlanders en toeristen. Zo’n besluit moet zijn gebaseerd op wetenschappelijk inzicht, niet op moraal of ideologie, hetgeen hier het geval lijkt te zijn.
Volgens het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM), het belangrijkste adviesorgaan van Minister Klink, levert het gebruik van paddo’s ’een dusdanig laag risico op voor de individuele gezondheid en de samenleving dat een verbod een te zwaar middel is in verhouding met de overlast en schade door het huidige gebruik’. Dit komt overeen met de adviezen van de drie eerdere commissies die voorgaande ministers over de legaliteit van paddo’s adviseerden. Ook het International Narcotics Control Board kwam in hun onderzoek waarin het informatie uit alle VN lidstaten analyseerde, tot de conclusie dat er geen reden is tot een verbod op paddo’s.
Het gerenommeerde Engelse medische tijdschrift The Lancet publiceerde in maart 2007 een lijst van twintig roesmiddelen, gerangschikt naar mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Bovenaan staan heroïne en cocaïne. Alcohol is nummer 5, tabak staat op 9, cannabis op 11 en LSD op 14. Paddo’s werden niet als gevaarlijk genoeg aanschouwd om op deze lijst gezet te worden
De roep om paddo’s te verbieden is vorig jaar ontstaan na berichtgeving in de media over incidenten met toeristen die onder invloed van paddo’s zichzelf of anderen schade zouden hebben berokkend. Onderzoek van het CAM wees uit dat bij geen van deze incidenten aangetoond kon worden dat enkel paddo’s in het spel waren. Bij Nederlanders zorgt het paddogebruik nauwelijks voor problemen.
Minister Klink voert als reden voor het verbod aan dat het gebruik van paddo’s kan leiden tot onvoorspelbare reacties in de gebruiker. Dat dit eveneens geldt voor alcohol en andere drugs, zelfs voor deelname aan riskante sporten, is de minister kennelijk ontgaan. Nog belangrijker is de vraag of een verbod het antwoord is op dit probleem.
Het verbod op de productie en verkoop van paddo’s zal averechts werken. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de vraag naar paddo’s of gelijkaardige middelen (onder andere vanwege medicinale redenen) zal verminderen. Door de handel te verbieden geeft de Nederlandse overheid de controle hierop volledig uit handen. Criminele organisaties zullen zich er vervolgens op storten, hetgeen zal leiden tot meer overlast en risico’s voor de volksgezondheid. Minderjarigen zullen gemakkelijker aan paddo’s kunnen komen dan nu het geval is. Het is goed mogelijk dat een verbod het aantal incidenten juist sterk laten stijgen.
Een bewijs voor de overhaaste en weinig doordachte redenering van het voorstel van de minister is het feit dat het verbod ook veel paddestoelen treft die nog nooit in smartshops verkocht zijn, maar wel overal in Nederland in de natuur voorkomen. Op die manier kan iedereen worden aangeklaagd omdat er een verboden paddo in zijn/haar tuin groeit. Dat kan onmogelijk de bedoeling zijn.
Een gereguleerde verkoop van paddo’s in smartshops is een goed alternatief voor het verbod. Deze shops bewijzen al jaar en dag dat door aandacht te besteden aan onderzoek, informatieverschaffing en consumentenzorg een verantwoorde verkoop van paddo’s mogelijk is. Het zou onbegrijpelijk zijn als het Nederlandse parlement, tegen alle beleidsadviezen in, deze ervaringen met een pennestreek zou tenietdoen.
Het lijkt ons dat op de achtergrond van het mogelijke paddoverbod de vrees meespeelt dat het liberale Nederlandse drugsbeleid in Europa op weinig begrip kan rekenen. Deze vrees is echter ongegrond. Het Nederlands drugsbeleid wordt door experts in Europa al jarenlang als toonaangevend gezien. De tijd dat dit beleid door de buurlanden werd verguisd ligt ver achter ons. Daar is een simpele reden voor.
Het Europese Waarnemingscentrum inzake drugs in Lissabon, dat sinds 1993 informatie verzamelt over de impact van het drugsbeleid in de Europese Unie heeft aangetoond dat er geen relatie bestaat tussen de verschillende vormen van beleid in de EU en de niveaus van gebruik, misbruik en verslaving aan drugs. In Engeland en Frankrijk is het beleid aanzienlijk repressiever dan in Nederland. Toch scoren die twee landen hoger dan Nederland wat betreft problematisch drugsgebruik.
Tot slot: de zoektocht van jongeren en jongvolwassenen naar andere staten van bewustzijn zal niet beteugeld kunnen worden door een verbod op middelen die in deze zoektocht een rol spelen. Integendeel, de overheid heeft de verantwoordelijkheid de omstandigheden waaronder deze zoektocht plaatsvindt zoveel mogelijk te vrijwaren van risico’s en gevaren voor de volksgezondheid en openbare veiligheid.
Wij verzoeken U dan ook dringend de productie en handel in hallucinerende paddenstoelen in Nederland niet te verbieden, maar te onderwerpen aan strikte regulering in samenwerking met de betrokken sector (smartshops).
Namens ENCOD,
André Fürst, Freek Polak, Jan Ludewig, Joep Oomen, Marina Impallomeni, Virginia Montañes
(Raad van Bestuur)
EUROPEAN COALITION FOR JUST AND EFFECTIVE DRUG POLICIES
Lange Lozanastraat 14
B – 2018 Antwerpen
Tel. +32 495 122 644
U kunt deze tekst ook als basis gebruiken voor een eigen brief die U kunt sturen aan de belangrijkste Kamerleden die aan de stemming zullen deelnemen:
PVDA:
Lea Bouwmeester of
Mariette Hamer
VVD:
Edith Schippers,
Fred Teeven of
Marc Rutte
SP:
Krista van Velzen of Jan Marijnissen
D’66:
Boris van de Ham of
Alexander Pechthold
Groen Links:
Zie hier voor een volledig overzicht van alle Kamerleden.

BRIEF AAN DE LEDEN VAN DE NEDERLANDSE TWEEDE KAMER
Schriftelijke inbreng over de wijziging van lijst I en II, behorende bij de Opiumwet i.v.m. plaatsing op lijst I van oripavine en op lijst II van hallucinogene paddenstoelen (31 447, nr. 1)
De leden van de Partij van de Arbeid zijn van mening dat de gebeurtenissen die aanleiding vormen voor het verbod op de paddo zeer ernstig zijn. De vraag is of een verbod dergelijke incidenten kan voorkomen. Na bestudering van de incidenten is gebleken dat het gaat om jonge, buitenlandse toeristen in Amsterdam die een combinatie van softdrugs en alcohol hebben gebruikt. Een verbod op de paddo lost het werkelijke probleem in de mening van de Partij van de Arbeidfractie niet op. Hoe gaat de minister dit probleem tegen? Is de minister bereid samen met de gemeente Amsterdam een nulmeting te doen en een concreet meetbaar doel af te spreken? Welke maatregelen wil de minister nemen?
De leden van de Partij van de Arbeidfractie zijn tegen een verbod op de paddo, en stellen dat een vergunningsstelsel een sterker alternatief is. Door verkoop aan strenge voorwaarden te verbinden en deze te handhaven blijft er controle en kan de vlucht naar illegaliteit worden voorkomen. Wat is de mening van de minister over een dergelijk vergunningstelsel?
In de brief van 19 oktober 2007 schrijft de minister: “De door het CAM aanbevolen route van verbetering van de voorlichting en regulering van de handel en verkoop acht ik ontoereikend.” De PvdA-fractie pleit al jaren voor regulering van smartshops. Waarom is de minister niet bereid het advies van het CAM uit te voeren of te proberen bij wijze van proef?
Met dit ontwerpbesluit worden de adviezen van de Nederlandse adviescommissies CAM 2000, CAM 2007, Smartshops I en Smartshops II alsmede de expertise van de International Narcotics Control Board, GGD Amsterdam, VNG en BOR in de wind geslagen. Waarop is de mening van de minister dan wel gebaseerd?
Is de minister op de hoogte van met de werkwijze van IrisZorg(verslavingszorg) welke een scala aan preventieve activiteiten en restricties op verkoop van paddo’s bevestigd, die smartshops in Arnhem sinds 1997 uitvoeren?
De effectiviteit van dit verkoopbeleid laat zich dan ook meten in het feit dat er zowel bij Iriszorg, als GGD, als politie in Arnhem geen paddo-incidenten bekend zijn. In de ogen van de PvdA-fractie toont dit aan dat er een werkend alternatief is dat in tegenstelling tot een verbod, wel incidenten vermijd. Deze preventieve activiteiten en restricties komen overeen met de aanbevelingen van het CAM, plus nog een aantal extra maatregelen. Is de minister het met de leden van de Partij van de Arbeidfractie eens dat het uitblijven van incidenten in elf jaar verkoop volgens deze methode reden genoeg is om alsnog het advies van het CAM te volgen?Zo nee, waarom niet?Is de minister van mening dat het uitblijven van incidenten in elf jaar verkoop volgens deze methode reden genoeg is om deze methode toe te passen, dan wel te onderzoeken?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de Partij van de Arbeidfractie vragen zich af of de verwachting dat het voorgenomen paddoverbod tot vermindering zal leiden van de omvang van het gebruik van paddo’s, dan wel van de gezondheidsrisico’s die met het gebruik van paddo’s verbonden zijn, op wetenschappelijke evidentie gebaseerd zijn? Zo ja, welke evidentie is dat? Zo nee, waarop heeft de minister deze mening gebaseerd?
Experts uit het veld wijzen op het risico dat het jongeren een alternatief voor de paddo gaan zoeken door bijvoorbeeld:
a. paddo’s zelf te kweken
b. paddo’s in het bos te zoeken
c. paddo’s illegaal te kopen
d. andere (mogelijk zwaardere) soorten drugs uit proberen
Op welke wijze wil de Minister dit tegengaan? Hoe gaat hij dit monitoren en handhaven? Welk concreet doel heeft hij voor ogen en wanneer mag de Kamer dit resultaat verwachten?
Waarom wil de minister overgaan tot het verbieden van paddenstoelen die geen psychoactieve werking hebben zoals de vliegenzwam)? De redenatie voor een verbod op paddenstoelen die psilocine en psilocybine bevatten is gelegen in het feit dat de uitwerking een onvoorspelbaar effect kan hebben. Bij de vliegenzwam is dit niet het geval, waarom dan toch een verbod?
Volgens artikel 3.2 van de Opiumwet moet voor een toevoeging bij algemene maatregel van bestuur gebleken zijn, dat deze paddenstoelen het bewustzijn van de mens beïnvloeden. Niet voor alle paddenstoelen die de minster wil verbieden is dit aangetoond. De leden van de PvdAfractie willen graag weten waarom er niet eerst een onderzoek wordt gedaan? Is de minister met ons van mening dat de lijst met extra verboden paddenstoelen zorgvuldig tot stand moet komen? Is de minister bereid tot een onderzoek alvorens meteen over te gaan op een verbod?
Door deze 186 verschillende paddenstoelen op lijst II te plaatsen, wordt onder andere de teelt, verkoop en het aanwezig hebben van deze paddenstoelen strafbaar gesteld met straffen die oplopen tot vele jaren celstraf. Veel van deze paddenstoelen komen van nature voor in Nederland en hierdoor lopen onschuldige burgers, bedrijven en organisaties onbedoeld het risico om strafrechtelijk vervolgd te worden. Waarom is in het ontwerpbesluit geen rekening gehouden met het risico dat onschuldige burgers, bedrijven en organisaties lopen om strafrechtelijk vervolgd te worden?
De handhaving zou binnen de bestaande kaders worden meegenomen. Kan de minister een toelichting geven op deze kaders? Is er voldoende capaciteit en zijn de middelen binnen de huidige budgetten beschikbaar om een verbod te controleren en verschuiving naar het illegale circuit te voorkomen?
BRIEF AAN DE LEDEN VAN DE NEDERLANDSE TWEEDE KAMER
Geachte leden van de Raad van Bestuur van ENCOD,
Bedankt voor uw e-mail aan de SP, waarin u de aandacht vraagt voor het door de CDA-minister voorgestelde verbod op paddo’s.
De SP is het niet eens met een verbod op paddo’s. De argumenten die de CDA-minister geeft om paddo’s te verbieden zijn niet onderbouwd, er is niet aangetoond dat paddo’s een groot risico voor de volksgezondheid met zich meebrengen. De minister wijkt precies af van het advies van het belangrijke onderzoek van het CAM; daaruit blijkt juist dat er geen sprake is van lichamelijke of geestelijke afhankelijkheid, het risico voor de volksgezondheid als gering wordt ingeschat, er nauwelijks overlast voor de burger is, het risico op verstoring van de openbare orde daarom als gering wordt ingeschat, en dat er geen aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij de georganiseerde criminaliteit. Het verbod is dus niet goed onderbouwd.
Incidenten met paddo’s hebben zich voornamelijk voorgedaan in de regio Amsterdam, met buitenlandse toeristen, die paddo’s gebruikten in combinatie met andere middelen. Een totaalverbod op paddo’s voor heel Nederland is rigoureus, de gemeente Amsterdam had al maatregelen aangekondigd zoals een vergunningstelsel en een drie-dagen-bedenktermijn.
De risico’s van een verbod op paddo’s zijn juist groot. Het gevaar bestaat dat paddo’s in de illegaliteit verdwijnen, waarmee iedere controle op kwaliteit en voorlichting is verdwenen. Dit brengt juist grote risico’s voor de volksgezondheid met zich mee. Regulering is veel verstandiger; er kan veel beter worden ingezet op het bevorderen van de kwaliteit van de paddo’s in de gereguleerde verkoop en het verbeteren van de voorlichting aan de kopers, zodat ook gewezen kan worden op de risico’s van het gebruik van paddo’s in combinatie met andere middelen.
met vriendelijke groet,
Michiel van niSPen
SP-fractiemedewerker Justitie